Een nieuw kleed

Toen ik klein was, werd er een kleed voor mij gehaakt.
De kleuren die werden gebruikt waren somber en omhulde mijn naakte lichaam dat straalde van licht.

Ik vergat mijn naakte, stralende lichaam hoewel een vage, knagende herinnering eraan bleef bestaan.

Ik wist ergens wel dat de sombere kleuren niet van mij waren maar het duurde lang voor ik mijn haakmandje vulde met nieuwe, vrolijke en lichte kleuren haakkatoen.

Groen voor liefde, rood voor stabiliteit, geel voor vrolijkheid, zoveel kleuren gebruikte ik. 
Wat een prachtig nieuw kleed had ik gehaakt. 
Spirit zag mijn werk, was blij dat ik aan het werk was gegaan, maar trok het hele kleed los. 
Ik had het over het sombere kleed heen gehangen.

Steeds opnieuw haakte ik een kleed en steeds opnieuw trok Spirit het kleed los. 
Ik bleef het nieuwe kleed maar over mijn oude, sombere kleed heen trekken. 
Mijn oude, sombere kleed dat niet door mij gemaakt was.

Soms leek Spirit een voorkeur te hebben om een bepaalde kleur uit te halen. 
De kleur die voor vriendschap stond, bijvoorbeeld. 
Snel haakte ik het gat dan dicht met een valere kleur bol katoen.

Het mocht niet baten. 
Spirit en ik herhaalde dit spel steeds opnieuw tot het katoen zo versleten was dat ik er met geen mogelijkheid nog een kleed van kon haken.

‘Wat wil je van me?’, gilde ik tegen Spirit. 
‘Wat wil jij van jou?’, antwoordde Spirit.

Mezelf zijn!’
‘Dan zul je dat sombere kleed draadje voor draadje moeten lospeuteren. 
Het is al zo oud dat het met je vergroeid is. 
Het zal pijnlijk zijn al die draadjes los te trekken.’

Met frisse tegenzin ging ik aan de slag. 
Soms stopte ik, haakte ik weer iets in mijn vrolijke kleuren om over het stukje blootgelegde lichaam heen te draperen. 
Spirit bleef het uithalen. 
Ik haatte Spirit erom. 
‘Hou je rotzooi maar!’, riep ik dan.

Ineens was het daar, mijn naakte lichaam. 
Het straalde niet. 
Nou, had ik daar nou alle moeite voor gedaan? 
Voor dit mismaakte, doffe lichaam dat onder al die sombere kleuren tevoorschijn was gekomen?

‘Hou het maar!’ beet ik Spirit toe.
‘Wat moet ik hiermee? 
Kijk dan hoe mismaakt het is, hoe dof. 
Wie wil er nou naar dit naakte, mismaakte, doffe lichaam kijken? 
Ik niet!’

Spirit sloeg de armen om mijn naakte, mismaakte, doffe lichaam heen. 
‘Ik hou van dit naakte lichaam’, sprak Spirit, ‘het heeft jouw ziel een thuis gegeven en de gesels van het leven doorstaan. Het heeft standgehouden, daar waar andere lichamen voor jou en na jou hebben opgegeven.’

Spirit leende mij zijn ogen en ik keek naar mijn naakte, mismaakte, doffe lichaam door de ogen van Spirit. 
Tranen van ontroering ontsprongen mij. 
Mijn lichaam begon te stralen en waar ik eerst mismaakte vormen zag, zag ik een lichaam dat zo sterk was dat het al die kleden in kleuren die niet bij het lichaam hoorde, had kunnen dragen.

‘Hier’, zei Spirit, ‘ik heb een nieuw mandje voor je met nieuwe bolletjes garen. 
Ik weet immers hoezeer je van haken houdt. Haak een kleed van dit garen. 
Het is van het licht zelf gemaakt, het herbergt alle kleuren en het is onverslijtbaar. 
Het kleed dat je hiervan haakt, is doorzichtig en dekt je naakte stralende lichaam niet af. 
Je kunt het zo vaak uithalen als je wilt.’

Hier sta ik dan. Naakt, want ik ben nog maar net begonnen te haken met dit wonderlijke, magische garen.

Groeten uit het licht en uit het hart van Snowhawk

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.