Niet alleen

Daar stond jij dan gisteren bij de bushalte op het station. Duidelijk gespannen. Je moest ook naar het ziekenhuis, net als ik. ‘Ik ga normaal nooit met de bus, altijd met de auto’, zei je.

Driemaal vroeg je aan de buschauffeur waar je nou precies moest uitstappen. Ik zei: ‘Komt goed, ik moet daar ook zijn, ik geef wel even een seintje.’

Onderweg kreeg je een telefoontje. ‘Nee toch?!’, hoorde ik je zeggen. ‘En u wist van niets, helemaal van niets? Ik ben bijna bij het ziekenhuis.’

Je hing op en barste in tranen uit: ‘Godverdomme!’, zei je tussen je tranen door. Het verbaasde me hoe niemand reageerde op je tranen. Nu ja, niemand, verschillende mensen keken wel, onzeker wat te doen, wat ongemakkelijk omdat ze ineens met verdriet van een vreemde werden geconfronteerd.
Ik zat achter je en stond voorzichtig op: ‘Mevrouw, gaat het wel? Kan ik iets voor u doen?’
Je schudde je hoofd en ik aaide zachtjes je bovenarm.
Bij de bushalte bij het ziekenhuis stapten we samen uit. We liepen samen op, twee vreemden.
‘Dank je’, zei je. En verdween in een andere richting dan ik in het ziekenhuis.

‘Meisje, het maakt niet uit waarom je verdriet hebt. Verdriet is verdriet’, zei eens een oud Indische dametje tegen me toen ik zelf geëmotioneerd raakte door een lezing en dat wat aanmatigend van mezelf vond. In die lezing ging het om ‘eenzaam zijn’, hoeveel mensen er ook om je heen zijn. Een gevoel waar ik sterk aan kon relateren. Aanmatigend vond ik het omdat de lezing was over ‘eenzaam tussen anderen in een jappenkamp’.

Verdriet is verdriet. Waarom je dan ongemakkelijk voelen als je geconfronteerd wordt met het verdriet van een vreemde. Je weet toch hoe het voelt om verdriet te hebben?
Het maakt een wereld van verschil indien je even je hand op de schouder van zo’n vreemde legt.
Even aan deze persoon laten weten dat hij/zij niet alleen is. Dat hij/zij zich niet eenzaam hoeft te voelen tussen al die mensen.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten